DE FLITSEN

Inderdaad, het bestaan en de werkelijkheid van de barmhartigheid zijn even duidelijk als de zon. Zoals uit de orde en samenkomst van draden die van alle kanten komen een centraal patroon ontstaat, zo weven in de grote kring van het universum de lichtende draden die voortkomen uit de manifestaties van duizend en één Goddelijke Namen, op het gelaat van het universum een teken van genade, een borduursel van mededogen en een zegel van hulpverlening binnen de stempel van barmhartigheid — een barmhartigheid die zich aan het verstand stralender dan de zon openbaart.

 

Inderdaad, de Schone Barmhartige, Die de zon en de maan, de elementen en de mineralen, de planten en de dieren ordent met de stralen van die duizend en één Goddelijke Namen als de draden van een groots patroon; Die dit alles ten dienste van het leven stelt; Die door de aangename en opofferende barmhartigheid van alle moeders Zijn mededogen toont; en Die de levende wezens aan het menselijke leven onderwerpt en zo het mooiste borduursel van de Goddelijke heerschappij en de waarde van de mens zichtbaar maakt, heeft ongetwijfeld, overeenkomstig Zijn absolute onbehoeftigheid, Zijn barmhartigheid tot een aanvaarde voorspraak gemaakt voor de levende wezens — en vooral voor de mens — die zich allen in absolute behoeftigheid bevinden.

 

O mens! Als je mens bent, zeg dan Bismillāhirrahmānirrahīm en vind die voorspraak.

 

Inderdaad, datgene wat op het gelaat van de aarde meer dan vierhonderdduizend verschillende soorten planten en dieren, zonder vergissing of verwaarlozing, precies op tijd en met volmaakte orde, wijsheid en zorg opvoedt en bestuurt, en zo het zegel van ehadiyya op het gelaat van de aarde plaatst, is zonder twijfel — en zelfs zichtbaar — Zijn barmhartigheid. En zoals het bestaan van die barmhartigheid even zeker is als het bestaan van alle wezens op aarde, zo zijn de bewijzen van haar werkelijkheid even talrijk als die wezens zelf.

 

Inderdaad, zoals er op het gelaat van de aarde een zegel van barmhartigheid en ehadiyya is, zo bevindt zich ook op het gelaat van de geestelijke aard van de mens een zegel van barmhartigheid dat niet minder is dan het zegel van barmhartigheid op de aarde en het grootste zegel van barmhartigheid in het universum. Het bezit als het ware een omvattendheid die het brandpunt vormt van de manifestaties van Zijn duizend-en-één Namen.

 

O mens! Is het ooit mogelijk dat Degene Die jou dit gelaat heeft gegeven en daarin zo’n zegel van barmhartigheid en een stempel van ehadiyya heeft geplaatst, jou aan je lot overlaat, jou geen betekenis toekent, jouw daden niet gadeslaat, en het gehele universum dat op jou gericht is zinloos maakt, en zo de boom van de schepping tot een waardeloze boom met een bedorven vrucht maakt? En zou Hij Zijn onmiskenbare barmhartigheid, die even duidelijk is als de zon, en Zijn onomstotelijke wijsheid, die zichtbaar is als licht, laten ontkennen? Neen, in geen enkel geval.