DE FLITSEN

O mens! Weet dat er een ladder tot de troon van die barmhartigheid bestaat; en die ladder is Bismillāhirrahmānirrahīm. En als je wilt begrijpen hoe belangrijk deze ladder is, kijk dan naar het begin van de honderdveertien soera’s van de Wonderbaarlijke Koran, naar de inleidende woorden van alle zegenrijke boeken en het begin van alle gezegende handelingen.

 

En het meest beslissende bewijs voor de verheven waarde van Bismillāhirrahmānirrahīm is het volgende:

 

Zeer grote mudjtehidīn, zoals Imām ash-Shāfiʿī (r.a.), hebben gezegd:

 

“Hoewel Bismillāhirrahmānirrahīm één enkel vers is, is zij honderdveertien maal neergezonden en in de Koran opgenomen.”

 


VIERDE GEHEIM

 

In de onbegrensde veelheid is de manifestatie van wāhidiyyah zó verspreid, dat niet iedereen bij het uitspreken van

اِيَّاكَ نَعْبُدُ

 de aanbidding van deze ontelbare veelheid kan overzien en deze aanbidding als vertegenwoordiger aan Hem kan aanbieden; de gedachte raakt verstrooid. Om, achter de goddelijke eenheid in de totaliteit van de veelheid, de Ene te beschouwen Die zich in ieder afzonderlijk wezen openbaart, en

اِيَّاكَ نَعْبُدُ وَاِيَّاكَ نَسْتَعٖينُ

te kunnen zeggen, is een hart nodig met de uitgestrektheid van de aardbol.

 

Vanwege dit geheim laat Hij — zoals Hij in elk afzonderlijk bestaan duidelijk het zegel van ehadiyya zichtbaar maakt — binnen het zegel van de rahmāniyyah eveneens een zegel van ehadiyya verschijnen, om in elke soort het zegel van Zijn ahadiyyah te tonen en Zichzelf te laten kennen. Zo kan iedereen, zonder moeite en op elk niveau,

 اِيَّاكَ نَعْبُدُ وَاِيَّاكَ نَسْتَعٖينُ

zeggen, zich rechtstreeks tot de Allerheiligste wenden en Hem aanspreken.

 

Inderdaad, om dit verheven geheim tot uitdrukking te brengen, handelt de Wijze Koran, wanneer Hij spreekt over de grootste kring van het universum — bijvoorbeeld over de schepping van de hemelen en de aarde — plotseling ook over de kleinste kring en het meest subtiele afzonderlijke bestaan, zodat Hij op zichtbare wijze het zegel van ehadiyya toont.

 

Zo opent Hij, wanneer Hij spreekt over de schepping van de hemelen en de aarde, onmiddellijk ook het onderwerp van de schepping van de mens, diens stem, en de verfijnde tekenen van gunst en wijsheid in zijn gelaat, opdat de gedachte niet verstrooid raakt, het hart niet verstikt wordt en de geest zijn Aanbedene rechtstreeks vindt. Bijvoorbeeld, het vers:

وَمِنْ اٰيَاتِهِ خَلْقُ السَّمٰوَاتِ وَاْلاَرْضِ وَاخْتِلاَفُ اَلْسِنَتِكُمْ وَاَلْوَانِكُمْ

toont deze waarheid op wonderbaarlijke wijze.