DE FLITSEN

Tweede Gezichtspunt

 

Als men vraagt: “Waarop berust deze staat en haar heerschappij?”, dan luidt het antwoord: “Op het zwaard en de pen.” Dat betekent dat zij steunt op de moed en kracht van het leger én op de wijsheid en rechtvaardigheid van het bestuur.

 

Zo ook is de aarde de verblijfplaats van levende wezens, waarvan de mens de bestuurder is. Aangezien voor een groot deel van de kustbewoners de vis de voornaamste bron van levensonderhoud vormt en tevens een belangrijke pijler van de handel is, terwijl voor velen die niet aan zee wonen de landbouw — gedragen door de stier — de basis vormt, kan vanzelfsprekend worden gezegd dat, zoals een staat steunt op het zwaard en de pen, de aarde steunt op de stier en de vis. Immers, als de stier niet zou werken en de vis niet in overvloed zou voortbrengen, zou het menselijk leven instorten en zou de Alwijze Schepper de aarde vernietigen.

 

Zo gaf de Boodschapper van Allah (saw) op de vraag “Waarop rust de aarde?” een wonderbaarlijk, verheven en diep wijs antwoord: “De aarde rust op de stier en de vis.” Met slechts twee woorden heeft hij een omvangrijke waarheid onderwezen over hoezeer het leven van de mensheid verbonden is met het leven van de dierenwereld.

 

Derde Gezichtspunt

 

Volgens de oude kosmografie werd aangenomen dat de zon zich bewoog. Elke dertig graden van haar baan werd een sterrenbeeld genoemd. Wanneer men denkbeeldige lijnen trok tussen de sterren binnen deze sterrenbeelden, verschenen vormen zoals een leeuw, een weegschaal, een stier en een vis. Om die reden kregen deze sterrenbeelden die namen.

In de moderne kosmografie wordt echter niet aangenomen dat de zon beweegt; in dat opzicht hebben deze sterrenbeelden geen actieve functie. In plaats daarvan is het de aarde die zich beweegt.

 

Daarom moeten deze hemelse banen nu op kleinere schaal verschijnen in de jaarlijkse baan van de aarde. Zo manifesteren de sterrenbeelden zich in de jaarlijkse omloop van de aarde. De aardbol bevindt zich daardoor elke maand als het ware onder de schaduw en het beeld van één van de sterrenbeelden. Het is alsof de jaarlijkse baan van de aarde fungeert als een spiegel waarin de hemelse sterrenbeelden zich afbeelden.

 

Vanuit dit gezichtspunt heeft de Boodschapper van Allah (saw), zoals wij eerder hebben vermeld, de ene keer gezegd: “op de stier”, en een andere keer: “op de vis”. Inderdaad, op een wijze die past bij de wonderbaarlijk welsprekende profetische taal, en als aanwijzing naar een zeer diepe waarheid die pas vele eeuwen later begrepen zou worden, heeft hij eenmaal “op de stier” gezegd. Op het moment dat deze vraag werd gesteld, bevond de aardbol zich namelijk als het ware in de positie van het sterrenbeeld Stier (Sawr).

 

Een maand later werd dezelfde vraag opnieuw gesteld, en toen antwoordde hij: “op de vis”. Op dat moment bevond de aardbol zich namelijk als het ware in de stand van het sterrenbeeld Vis (Hūt).