DE FLITSEN

Sommige hadithgeleerden hebben deze overlevering in verband gebracht met bijgeloofachtige verhalen uit Israëlitische bronnen, die van oudsher werden doorgegeven. Met name enkele geleerden uit de Kinderen van Israël die tot de islam waren bekeerd, brachten verhalen die zij in eerdere geschriften over de stier en de vis hadden gelezen in verband met deze overlevering, waardoor zij de betekenis van de hadith op een merkwaardige wijze verdraaiden. Voorlopig zullen, ter beantwoording van uw vraag, drie grondbeginselen en drie gezichtspunten worden uiteengezet.

 

Eerste Grondbeginsel

 

Sommige geleerden uit de Kinderen van Israël brachten na hun bekering tot de islam ook hun vroegere kennis mee en schreven die kennis onbewust aan de islam toe. Die kennis bevatte echter onjuistheden. Deze fouten zijn aan henzelf toe te schrijven en niet aan de islam.

 

Tweede Grondbeginsel

 

Wanneer vergelijkingen en metaforen van de elite naar het gewone volk overgaan — dat wil zeggen, wanneer zij uit de handen van geleerden in die van onwetenden terechtkomen — worden zij na verloop van tijd als letterlijke werkelijkheid opgevat.

 

Bijvoorbeeld, toen ik klein was, vond er een maansverduistering plaats. Ik vroeg mijn moeder: “Waarom is de maan zo geworden?”

 

Zij zei: “Een slang heeft haar ingeslikt.”

 

Ik zei: “Maar de maan is nog zichtbaar.”

 

Zij antwoordde: “De slangen daarboven zijn transparant; ze laten zien wat zich in hen bevindt.”

 

Lange tijd herinnerde ik mij dit voorval uit mijn kinderjaren en vroeg ik mij af hoe zo’n ongegrond bijgeloof door een serieuze vrouw als mijn moeder kon worden aangenomen. Pas toen ik mij bezighield met de astronomie, begreep ik dat mensen zoals mijn moeder een beeldende vergelijking voor werkelijkheid hadden gehouden.

 

Want wanneer de grote cirkel van de zon, ook wel de dierenriem genoemd, en de baan van de maan elkaar kruisen, ontstaan twee boogvormen.

 

De geleerden op het gebied van de astronomie noemden deze twee boogvormen met een verfijnde vergelijking tinnīneyn, wat “de twee slangen” betekent. Het ene snijpunt van deze twee cirkels noemden zij re’s (hoofd) en het andere zeneb (staart). Wanneer de maan zich bij het hoofd en de zon bij de staart bevindt, treedt volgens de astronomische terminologie haylūlet-i arz op, oftewel een maansverduistering.

 

Dat wil zeggen dat de aarde precies tussen de zon en de maan komt te staan. Op dat moment vindt een maansverduistering plaats. Deze verheven en wetenschappelijke vergelijking is, toen zij in de volksmond terechtkwam, in de loop van de tijd omgevormd tot het beeld van een enorme slang die de maan zou hebben opgeslokt.