DE FLITSEN

Hij zei daarop: “Alle lof behoort Allah toe. Mijn twijfels zijn volledig weggenomen. Jij hebt mij twee uiterst heldere en krachtige bewijzen aangedragen voor de eenheid van Allah en het feit dat alleen Hij het waard is om aanbeden te worden, en dat niets anders dan Hem dat recht heeft. Het ontkennen van deze bewijzen is een vorm van arrogantie die gelijkstaat aan het ontkennen van de zon op een heldere dag.”

 

Degene die de atheïstisch-naturalistische denkwijze heeft afgezworen en tot het geloof was toegetreden, zei het volgende: “Alle lof aan Allah, ik heb geen twijfels meer. Ik heb alleen een aantal vragen die mijn aandacht hebben getrokken.” 

 

De eerste vraag

 

We horen vaak dat luie mensen en zij die hun vijf dagelijkse gebeden verwaarlozen zich afvragen: “Wat voor behoefte heeft Allah aan onze aanbiddingen dat Hij in de Koran degenen die de aanbiddingen nalaten en verwaarlozen zo heftig en zo herhaaldelijk berispt en hen bedreigt met zo’n vreselijke straf als de hel? Op wat voor wijze past het in de gematigde en weloverwogen stijl en aankondigingswijze van de Koran om dusdanig fel te reageren op een onbeduidende en kleine overtreding?”

 

Het antwoord: Allah heeft uiteraard geen behoefte aan jouw aanbiddingen, noch aan iets anders. Echter, jij hebt behoefte aan aanbiddingen; vanuit spirituele perspectief ben je ziek! In vele verhandelingen van de Risale-i Nur hebben wij bewezen dat aanbiddingen dienen als een soort genezing voor spirituele wonden. Als een genadige dokter een nadrukkelijk advies aan een patiënt geeft om geneesmiddelen in te nemen die genezend zijn voor zijn ziekte, en de patiënt als volgt reageert: “Wat voor behoefte heb jij aan mijn genezing, dat je er op deze manier zo nadrukkelijk op wijst?”, dan zul je inzien hoe absurd die opmerking is.

 

Wat de felle bedreigingen en heftige bestraffingen in de Koran betreft aangaande het nalaten van aanbiddingen: zoals een eenvoudige man die een misdrijf begaat waarbij hij de rechten van andere mensen schendt, daarvoor wordt gestraft door de heerser om de rechten van zijn volk te beschermen, zo eveneens schendt een man die de aanbiddingen en gebeden nalaat op een ernstige wijze het recht van alle wezens, welke dienen als het volk van de Sultan van alles en alle tijden, en begaat hij een spiritueel misdrijf. Immers, door hun verheerlijkingen en aanbiddingen aan de Schepper te tonen, bereiken de wezens hun volmaaktheden. Degene die zijn gebeden nalaat, ziet de aanbidding van de wezens niet en kan die ook niet zien; misschien ontkent hij die zelfs. Omdat hij de wezens -die zich dankzij hun aanbidding en hun verheerlijking in een hoge positie bevinden en elk van hen als een brief van as-Samad en als een spiegel van Zijn namen dient- van hun verheven positie verstoot, en omdat hij hen waardeloos, doelloos, levenloos en zonder verplichtingen acht, beledigt hij alle wezens, ontkent hij hun volmaaktheid en schendt hij hun rechten.