DE FLITSEN

 

 

DE TWEEDE FLITS

 

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

اِذْ نَادٰى رَبَّهُ اَنِّى مَسَّنِىَ الضُّرُّ وَاَنْتَ اَرْحَمُ الرَّاحِمِينَ

 

Deze smeekbede van Eyyūb (as), het toonbeeld van geduld, is zowel beproefd als effectief. Echter, op basis van de onderwijzing van dit vers, dienen wij onze smeekbede als volgt uit te spreken:

رَبِّى اِنِّى مَسَّنِىَ الضُّرُّ وَاَنْتَ اَرْحَمُ الرَّاحِمِينَ

 

De samenvatting van het welbekende verhaal van Eyyūb (as) luidt als volgt: 

 

Eyyūb (as) werd voor een lange periode door kwalen en lijden geteisterd. Ondanks zijn situatie bleef hij de enorme sewāb ervan in gedachte houden en verdroeg hij zijn ziekte met een volmaakt geduld. Toen zijn ziekte zijn hart en tong –de zintuigen waarmee men Allah verheerlijkt en leert kennen– begon aan te tasten, vreesde hij dat die ziekte zijn dienaarschap zou benadelen. Hierop smeekte hij Allah niet om zijn eigen gemakzucht, maar alleen omwille van zijn aanbiddingen als volgt: “O Heer! Ik word geteisterd door kwalen! Ze benadeelt mijn zikr die ik met mijn tong uitspreek en mijn dienaarschap die ik met mijn hart verricht.” Daarop heeft Allah zijn oprechte, zuivere en innerlijke smeekbede die alleen omwille van Hem werd verricht op een wonderbaarlijke wijze verhoord. Hij gaf hem zijn gezondheid terug en liet hem Zijn genade in alle vormen ervaren.

 

Deze verhandeling bevat vijf punten

 

Het eerste punt

 

In tegenstelling tot de lichamelijke ziektes van Eyyūb (as), lijden wij aan spirituele ziektes die onze ziel en ons hart aantasten. Indien wij binnenstebuiten gekeerd zouden worden, zouden wij er nog veel gewonder en zieker uitzien dan Eyyūb (as). Immers, elke zonde die wij begaan en elke twijfel die onze geest binnenkomt, verwondt ons hart en onze ziel. De wonden van Eyyūb (as) bedreigden slechts zijn kortstondige wereldse leven. Onze spirituele wonden daarentegen bedreigen ons eeuwige leven. Wij hebben daarom duizendmaal meer behoefte aan die smeekbede van Eyyūb (as) dan hijzelf.

 

Voorwaar, zoals de ziektekiemen die uit de wonden van Eyyūb (as) voortkwamen zijn hart en zijn tong aantastten, zo eveneens tasten de spirituele ziektes die als gevolg van het plegen van zonden tevoorschijn komen en de twijfels aangaande de geloofswaarheden die vanuit de spirituele ziektes voortkomen ons hart aan; moge Allah ons ervan behoeden. Aangezien īmān zich in het hart bevindt, wordt ook onze īmān beschadigd. Bovendien tasten zij het spirituele genot van de spraak aan die als middel dient voor het uiten van de īmān; ze doen ons met afkeer afstand nemen van ẕikr en brengen ons tot stilzwijgen.

 

Inderdaad, zonden tasten het hart aan en verduisteren het stap voor stap totdat het geloofslicht in het hart volledig uitdooft. In elke zonde bevindt zich een weg die tot ongeloof leidt. Indien men zich van die zonde met het tonen van berouw niet snel behoedt, dan zal het niet als een ziektekiem maar als een kleine slang het hart bijten.

 

Bijvoorbeeld, wanneer een persoon heimelijk een schaamtevolle zonde begaat en zich erg zou schamen indien anderen ervan op de hoogte zouden zijn, dan zal het bestaan van engelen en geestelijke wezens voor hem moeilijk te verdragen zijn. Hij zal zelfs aan de hand van een geringe aanwijzing een neiging krijgen om hun bestaan te ontkennen.