DE FLITSEN

De tweede onmogelijkheid

 

Indien alles niet wordt toegeschreven aan Qadīr-i zul-Djelāl, Die Wāhid-i Ahad is, maar aan oorzaken, dan is het noodzakelijk dat vele elementen en oorzaken in het universum ingrijpen bij de vorming van ieder levend schepsel. Echter, de samenkomst van diverse tegenstrijdige oorzaken met een volmaakte ordening, een verfijnde balans en een complete saamhorigheid in het lichaam van een klein schepsel zoals een vlieg, is een dusdanig overduidelijke onmogelijkheid, dat iedereen met zelfs maar een greintje verstand zou bekennen dat dit onmogelijk is!

 

Inderdaad, het kleine lichaam van een vlieg is verbonden met de meeste elementen en oorzaken in het universum; het is er zelfs een samenvatting van. Als het bestaan ervan niet wordt toegeschreven aan Qadīr-i Ezèlī, dan dienen die materiële oorzaken gedurende de vorming van de vlieg hoogstpersoonlijk, in de onmiddellijke nabijheid aanwezig te zijn; met andere woorden, ze dienen gezamenlijk in haar minuscule lichaam, zelfs in een cel van zijn oog, dat een deel van zijn lichaam is, binnen te treden. Want als de oorzaak materieel is, behoort deze zich namelijk in het bijzijn van en binnenin het schepsel te bevinden.

 

In een dergelijk geval dient men aan te nemen dat bestanddelen en elementen van het universum fysiek aanwezig zijn in die minieme cel, waar niet eens de pootjes van twee vliegen ter grootte van de punt van een naald in passen, en daarbinnen als specialisten opereren. Inderdaad, zelfs de meest dwaze sofisten schamen zich voor een dergelijke gedachtegang.

 

De derde onmogelijkheid 

 

De vastgestelde regel

اَلْوَاحِدُ لَا يَصْدُرُ اِلَّا عَنِ الْوَاحِدِ

verduidelijkt het volgende: “Een wezen kan uiteraard door één enkele entiteit, uit één hand ontstaan indien dat wezen eenheid bezit.” Vooral wanneer een buitengewone ordening en een gevoelige balans te zien zijn in dat wezen, en het over een veelomvattend leven beschikt, toont dit aan dat het niet is ontstaan uit verschillende handen, wat een reden is tot wanorde en verwarring, maar uit de hand van Degene Die almachtig en alwijs is. Een dusdanig ordelijk, uitgebalanceerd en harmonieus wezen alsnog toeschrijven aan de in elkaar verstrengelde handen van ontelbare, levenloze, onwetende, ordeloze, onbewuste, chaotische, blinde en dove natuurlijke oorzaken –terwijl de blindheid en doofheid van die oorzaken zelfs toenemen gedurende hun vereniging en hun vermenging binnen eindeloze mogelijkheden– is even ver van het gezonde verstand verwijderd als het tegelijkertijd aanvaarden van honderd onmogelijkheden. Als we deze onmogelijkheid terzijde leggen en aannemen dat materiële oorzaken invloed uitoefenen, kan dit alleen optreden door direct contact en aanraking. Echter, het contact van natuurlijke oorzaken is alleen gebaseerd op het fysieke van levende wezens. Desondanks zien we dat de onzichtbare aspecten van wezens, die buiten het bereik en de aanraking van materiële oorzaken liggen, veel verfijnder, ordelijker, fraaier en qua kunst veel volmaakter zijn.