DE FLITSEN

Indien je een oog hebt, kijk dan bijvoorbeeld naar het gezicht van de mens. Je zult zien dat vanaf de tijd van Adem (as) tot op heden, en zelfs tot aan het einde der tijden, elk gezicht een onderscheidend teken en unieke kenmerken bezit ten opzichte van alle anderen, hoewel ze in hun essentie op elkaar lijken. Elk gezicht kan dus worden gezien als een apart boek. Om slechts de kunstzinnigheid van elk van deze boeken te ordenen, is er behoefte aan ander schrijfmateriaal, een andere ordening en een andere compositie. En om de grondstoffen van elk gezicht daarheen te brengen en daarin te plaatsen, en alle benodigdheden voor het bestaan ervan op te nemen, is er een andere werkplaats nodig. 

 

Stel dat we het onmogelijke mogelijk achten en ons voorstellen dat de natuur functioneert als een drukpers, die slechts kan ordenen en afdrukken wat ordelijk op zijn bed is geplaatst. Desondanks blijft er een noodzaak bestaan voor de almacht en de wil van een absoluut Almachtige om de grondstoffen waaruit het lichaam van een levend wezen bestaat, op een ordelijke manier te scheppen en deze vanuit de verste uithoeken van het universum naar het lichaam te brengen, wat aanzienlijk moeilijker is dan het scheppen van het levende wezen zelf. Dit alles benadrukt dat het idee van de natuur als een drukpers een leeg en betekenisloos bijgeloof is. 

 

Zoals eerder uiteengezet in de voorgaande vergelijkingen, met betrekking tot de klok en het boek, heeft Sāni-i zul-Djelāl, Die macht heeft over alles, de oorzaken geschapen; ook de resultaten die daaruit voortkomen schept Hij. Met Zijn wijsheid koppelt Hij resultaten aan oorzaken. Met Zijn wil heeft Hij zowel een manifestatie van de universele wetten met betrekking tot het ordelijke proces in het universum als de natuur van de wezens bepaald, die slechts een spiegel vormen voor en een reflectie zijn van die manifestatie. Tevens heeft Hij het aspect van de natuur, dat over een extern bestaan beschikt, met Zijn macht geschapen; en heeft Hij vervolgens alles volgens die natuur geschapen en zodoende deze twee aan elkaar gekoppeld.

 

Is het nu gemakkelijker om deze zeer gangbare werkelijkheid te aanvaarden, wat het resultaat is van ontelbare bewijzen? Is dit niet een noodzakelijke vereiste? Of is het gemakkelijker om de eindeloze hoeveelheid accessoires en gereedschappen die benodigd zijn voor het bestaan van ieder schepsel te overhandigen aan de levenloze, onbewuste, geschapen en eenvoudige dingen, welke jullie oorzaken en natuur noemen, opdat zij die doordachte en doelbewuste werken verrichten? Is dit niet volkomen buiten de grenzen van het mogelijke? We laten het aan jou over om te beslissen, met je onredelijke verstand.   

 

De ongelovige naturalist zei als volgt: “Aangezien je me uitnodigt tot redelijkheid, moet ik bekennen dat de weg waarop we ons tot nu toe bevonden hebben, talloze onmogelijkheden bevat en buitengewoon schadelijk en afschuwelijk is. Iedereen met ook maar een greintje intelligentie zou van jouw uiteenzettingen in deze verhandeling kunnen begrijpen dat het toeschrijven van het scheppen aan oorzaken en aan de natuur uitgesloten en onmogelijk is. Bovendien is het inderdaad noodzakelijk en vereist om alles rechtstreeks toe te schrijven aan Wādjibul-Wudjūd.  Ik zeg:

اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى الْاٖ يمَان

en ik geloof in Hem. 

 

Ik zit echter met één vorm van twijfel. Ik aanvaard dat Allah de Schepper is, maar ik vraag me af welke schade zou kunnen worden veroorzaakt aan Zijn heerschappij wanneer onbeduidende oorzaken zich zouden mengen in de scheppingsprocessen. Zou Zijn heerschappij hierdoor worden aangetast of benadeeld?