DE FLITSEN

Ten eerste: jij bent een wezen. Als je jouw schepping toeschrijft aan Qadīr-i Èzèlī, schept Hij jou, net als het ontsteken van een lucifer, vanuit het niets met één enkel bevel in een oogwenk, door Zijn oneindige macht. Als je jouw schepping echter toeschrijft aan materiële oorzaken en de natuur, dan moet het universum zeer zorgvuldig worden bestudeerd, moeten de elementen door een fijne zeef worden gezeefd en moeten de bouwstoffen van jouw lichaam met zorg en accurate verhoudingen worden verzameld uit alle hoeken van het universum, zodat jij kunt worden gevormd. Want jij bent een geordende samenvatting, de vrucht, de index en het miniregister van het universum. Het wordt immers door de bezitters van het gezonde verstand bevestigd dat materiële oorzaken alleen kunnen ordenen en verzamelen. Zij zijn niet in staat om hetgeen dat ze niet bezitten vanuit het niets te scheppen. Aangezien dit het geval is, zouden ze gedwongen zijn om het lichaam van een klein levend wezen uit elke hoek van het universum te verzamelen. Besef dus wat voor eenvoud er zich in eenheid bevindt en wat voor ingewikkeldheid er in afgoderij en dwaling schuilt.

 

Ten tweede: er bestaat eveneens een grenzeloze eenvoud bij de schepping vanuit het gezichtspunt van goddelijke kennis. Goddelijke lotsbeschikking is een aspect van de goddelijke kennis, die als een niet materiele sjabloon of gietvorm dient, waarin de specifieke vormen van alles zijn vastgesteld. Vervolgens dient die voorbeschikte vaststelling als een ontwerpplan, een model voor het bestaan van een wezen. Wanneer de goddelijke macht schept, gebeurt dit op een zeer soepele wijze volgens die voorbestemde vaststelling. Indien dat wezen niet wordt toegeschreven aan Qadīr-i zu'l-Djalāl, Die Bezitter is van alomvattende, grenzeloze en eeuwige kennis zullen zich niet duizenden moeilijkheden voordoen, zoals hiervoor beschreven, maar honderden onmogelijkheden. Want als die voorbeschikte vaststelling niet zou bestaan in de goddelijke kennis, zou dat betekenen dat duizenden materiële sjablonen en gietvormen met een tastbaar bestaan binnenin het lichaam van een klein diertje ingezet zouden moeten worden.

 

Begrijp nu dus een van de geheimen aangaande de oneindige eenvoud in eenheid en de oneindige ingewikkeldheid in dwaling en afgoderij, en besef welke wezenlijke, feitelijke en verheven werkelijkheid wordt beschreven in het vers:

وَمَٓا اَمْرُ السَّاعَةِ اِلَّا كَلَمْحِ الْبَصَرِ اَوْ هُوَ اَقْرَبُ

 

De derde vraag

 

degene die eerder tegenstander was van de eenheid van Allah, maar nu juist voorstander daarvan is geworden, zei het volgende: “Filosofen beweren tegenwoordig dat niets uit het niets wordt geschapen en niets vergaat; schepselen ondergaan slechts een samenvoeging en ontbinding, waardoor de werking van het universum in gang wordt gezet. Heeft deze bewering een grond?”

 

Het antwoord: aangezien de meest vooraanstaande filosofen, die het bestaan zonder het licht van de Koran aanschouwen, de vorming van de schepping -zoals in deze verhandeling bewezen- als even moeilijk als onmogelijk beschouwen wanneer het aan natuur en oorzaken wordt toegeschreven, zijn ze in twee groepen uiteengevallen.