DE FLITSEN
De derde kwestie
Elke tijd heeft zijn eigen tijdgeest. In deze tijden van onachtzaamheid heeft tegenspoed een andere vorm aangenomen. In sommige tijden en voor sommige mensen is tegenspoed geen onheil, maar een gunst van Allah. Omdat ik de zieken van onze tijd voorspoedig acht –op voorwaarde dat de ziekte hun religieuze leven niet aantast– komen er geen meelijwekkende gevoelens jegens hen en afkerige gevoelens tegen hun ziektes op.
Bijvoorbeeld, bij elke zieke jongere die mij heeft bezocht, heb ik bemerkt dat hij in vergelijking met zijn leeftijdsgenoten een sterkere verbondenheid met zijn religieuze taken en het hiernamaals heeft. Daaruit heb ik begrepen dat dergelijke ziektes voor zulke mensen geen tegenspoed, maar een soort gunst van Allah zijn. Immers, hoewel die ziektes een last voor hun vergankelijke en vluchtige wereldse leven veroorzaken, zijn ze heilzaam voor hun eeuwige leven, omdat ze als een soort van aanbidding gelden. Indien ze genezing zouden ondervinden, dan zouden ze door het gevolg van de dronkenschap der jeugdigheid en losbandigheid van deze tijd de gemoedstoestand die ze tijdens hun ziektes hebben beleefd uiteraard niet kunnen voortzetten; wellicht zouden ze zich met ongeoorloofde genietingen bezighouden.
Het Slotwoord
Allah heeft de mens met een eindeloze machteloosheid en een grenzeloze behoeftigheid uitgerust om Zijn eindeloze macht en Zijn grenzeloze barmhartigheid te tonen. Teneinde de eindeloze verschijningen van Zijn namen te demonstreren, heeft Hij hem met een zodanige hoedanigheid geschapen dat hij op ontelbare manieren zowel kwellingen als genietingen kan ondervinden. Bovendien is de mens uitgerust met honderden instrumenten. Elk van die instrumenten heeft zijn eigen kwelling, genot, taak en beloning. Aangezien het universum als een macro-mens en de mens als een micro-universum dienen, verschijnen alle namen van Allah die in het universum verschijnen eveneens in de mens.
Zoals aangename toestanden als gezondheid, welzijn en genot de mens naar dankbaarheid leiden en in vele opzichten tot zijn taken wenden waardoor hij als een fabriek dient die dank produceert, zo eveneens activeren en stimuleren tegenspoeden, ziektes, kwellingen en andere spanning- en bewegingverwekkende storingen de andere instrumenten van de mens. Ze verwerken machteloosheid, zwakheid en behoeftigheid die als grondstoffen in de aard van de mens zijn geplaatst. Dit brengt een resultaat teweeg waarbij men niet met één taal, maar met de taal van elk orgaan zijn toevlucht tot Allah neemt en Zijn hulp inroept. Het is alsof de mens dankzij die storingen als een beweeglijke pen dient die duizenden afzonderlijke pennen in zich herbergt. Met die pen schrijft hij zijn voorbeschikte leven op zijn levenspagina of op Lewh-i MisālīHet niet-materiele geschrift waarin het beeld van alles gedetailleerd is opgenomen.; hij toont de verschijningen van de namen van Allah, dient als een ode aan Allah de Feilloze en vervult zodoende zijn natuurlijke taak.