DE FLITSEN

Vraag:

Je beschouwt de beproevingen die je oprechte vrienden treffen als barmhartige tuchtigingen en als een vorm van berisping vanwege hun verslapping in de dienst aan de Koran. Terwijl degenen die jullie en de dienst aan de Koran werkelijk vijandig gezind zijn, ongedeerd blijven. Waarom wordt de vriend getroffen, terwijl de vijand ongemoeid blijft?

 

Antwoord:

Volgens het geheim van

 

اَلظُّلْمُ لاَيَدُومُ وَالْكُفْرُ يَدُومُ

 

worden de vrienden vanwege hun fouten snel getroffen, omdat deze fouten in zekere zin gelden als een vorm van onrecht jegens onze dienst. Zij ontvangen een barmhartige tuchtiging en, indien zij inzicht hebben, komen zij tot bezinning.

 

De tegenstand en het verzet van de vijand tegen de dienst aan de Koran daarentegen, worden tot dwaling gerekend. Of hij dit nu bewust of onbewust doet, zijn aanval op onze dienst wordt gerekend tot het ongeloof. Omdat ongeloof voortduurt, ontvangen zij doorgaans niet onmiddellijk een tuchtiging.

 

Net zoals degenen die kleine overtredingen begaan hun straf ontvangen in de lagere rechtbanken, terwijl degenen die grote misdaden begaan worden verwezen naar hogere rechtbanken, zo worden ook de relatief kleine fouten van de gelovigen en oprechte vrienden snel en gedeeltelijk in deze wereld bestraft, om hen te reinigen.

 

De misdaden van de mensen van dwaling zijn echter zo groot dat hun straf niet binnen dit korte wereldse leven past. Daarom worden zij, overeenkomstig de goddelijke rechtvaardigheid, verwezen naar de Grote Rechtbank in het Hiernamaals en worden zij hier doorgaans niet onmiddellijk gestraft.

 

Ook de hadith

 

اَلدُّنْيَا سِجْنُ الْمُؤْمِنِ وَجَنَّةُ الْكَافِرِ

 

verwijst naar deze waarheid.

 

Omdat de gelovige in deze wereld gedeeltelijk de straf voor zijn fouten ontvangt, is deze wereld voor hem een plaats van bestraffing. In vergelijking met zijn gelukzalige Hiernamaals is deze wereld voor hem als een gevangenis en zelfs als een hel.

 

En omdat de ongelovigen de Hel niet zullen verlaten en zij een deel van de beloning voor hun goede daden reeds in deze wereld ontvangen, terwijl hun grote zonden worden uitgesteld, is deze wereld voor hen, in vergelijking met hun Hiernamaals, als een paradijs.

 

Anders is de gelovige, zelfs in deze wereld, vanuit geestelijk en werkelijk oogpunt, veel gelukkiger dan de ongelovige. Het geloof van de gelovige vormt in zijn ziel als het ware een geestelijk paradijs, terwijl het ongeloof van de ongelovige in zijn wezen een geestelijk hellevuur doet ontbranden.

 

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ