DE FLITSEN
De tweede stelling, namelijk ‘Hoe kan degene die grote zonden begaat, toch gelovig blijven?’ heeft het volgende antwoord:
Ten eerste: omdat we in de voorgaande verklaringen met onweerlegbare argumenten hebben aangetoond dat het onjuist is om te beweren dat degene die een grote zonde begaat, zijn geloof verliest, is herhaling hier niet nodig.
Ten tweede: de menselijke aard geeft de voorkeur aan direct beschikbare, kleine, plezierige ervaringen boven grotere, toekomstige beloningen die verborgen zijn. Op dezelfde manier hebben mensen meer angst voor onmiddellijke, kortdurende, kleine tegenslagen dan voor langdurige kwellingen in de toekomst. En wanneer emoties de overhand krijgen, negeert het menselijke denken de redenering. Op dat moment winnen verlangens en begeertes de overhand, waardoor men een kleine en onbeduidende directe bevrediging verkiest boven een veel grotere beloning in de toekomst. En een klein huidig probleem bezorgt hem meer angst dan een grote toekomstige kwelling. Dit komt doordat inbeeldingen, begeertes en emoties de toekomst niet kunnen voorzien of er zelfs geen rekening mee houden. Als de nefsEen aspect van de ziel dat de kwaadaardige eigenschappen van een mens in zich herbergt. ze ook nog zijn steun verleent, leidt dit tot het verstommen en het verlies van het hart en het verstand, waar de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).Het geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). zich vestigt. In dergelijke gevallen wordt een grote zonde niet gepleegd vanwege ongeloof, maar door de overheersing van begeertes en emoties over het hart en het verstand.
Zoals tevens uit de voorgaande tekenen kan worden begrepen, is het uiterst makkelijk om iets uit te oefenen op de weg van zonden waar de begeertes van de mens overheersen, omdat deze leidt tot destructie. Menselijke en geestelijke duivels kunnen mensen gemakkelijk op deze weg leiden. Een hadithDe Islamitische overlevering betreffende de handelingen en uitspraken van profeet Muhammed (saw) leert ons dat zelfs een flintertje licht uit de eeuwige wereld alle vergankelijke genoegens en gunsten van een mens gedurende zijn leven op aarde overtreft, omdat dat licht eeuwigdurend is. Desondanks is het verbazingwekkend dat sommige mensen de duivel volgen door een aards genot ter grootte van een vliegenvleugel te verkiezen boven de genoegens van de eeuwige wereld, die alle tijdelijke wereldse genoegens overtreffen. Inderdaad, vanwege deze feiten spoort de Koran herhaaldelijk en nadrukkelijk, zowel met waarschuwingen als met aanmoedigingen, gelovigen aan om zonden te vermijden en deugdzaamheid te omarmen.
Eens wekten deze herhaalde en strenge leidingen van de Koran bij mij de volgende gedachte op: zulke herhaaldelijke waarschuwingen kunnen gelovigen doen overkomen als weifelend en onoprecht. Dit veroorzaakt een toestand die niet strookt met de menselijke eer. Immers, één enkele instructie van een leidinggevende is uiteraard voldoende om opgevolgd te worden door een ambtenaar. Als dezelfde instructie echter tien keer herhaald wordt, zou de ambtenaar zich er waarschijnlijk aan ergeren en zeggen: “U beschuldigt mij, ik ben geen valsaard!” Niettemin worden de meest oprechte gelovigen in de Koran uitdrukkelijk en herhaaldelijk opgedragen om gehoorzaam te zijn aan de bevelen van Allah.