DE FLITSEN
Je sinistere sluwheid heeft het daglicht van de mensheid verduisterd. Om wat warmte aan die benauwende, schrijnende en onrustige nacht toe te voegen, heb je die duisternis verlicht met bedrieglijke en tijdelijke lantaarns. Deze lantaarns stralen geen vriendelijk licht uit naar de mensheid; integendeel, ze lachen spottend om het dwaze gejammer dat de mensheid in haar pijnlijke toestand voortbrengt.
In de ogen van je aanhangers zijn alle levende wezens zielige slachtoffers, het doelwit van meedogenloze aanvallen. De aarde wordt beschouwd als een algemeen rouwcentrum, waar de geluiden bestaan uit weenden vanwege sterfgevallen en lijden.
Je aanhanger, volledig geïndoctrineerd door jouw denkwijze, wordt een farao. Echter, hij verandert in een verachtelijke farao die zich onderwerpt aan de meest laaghartige schepselen; alles waarin hij voordeel ziet, beschouwt hij als zijn heer. Bovendien is hij koppig. Hij is echter een betreurenswaardige koppigaard die omwille van een klein voordeel totale vernedering accepteert. Hij zakt zelfs zo diep weg dat hij, voor een onbeduidend gewin, zelfs de voeten van satan kust.
Daarnaast gedraagt hij zich als een aanmatigende persoon. Maar omdat hij in zijn hart niets heeft om op te vertrouwen, is hij eigenlijk een machteloze bullebak die zichzelf opblaast met grootspraak. Tevens bestaat het levensdoel van je aanhanger uit het bevredigen van zijn laaghartige verlangens. Hij is een bedrieger die, onder het mom van behulpzaamheid aan anderen, enkel zijn eigen gewin nastreeft, gedreven door hebzucht en eerzucht. Afgezien van zichzelf, koestert hij voor niets liefde. Hij offert alles op voor zijn eigenbelang.
Wat betreft de oprechte en hartelijke student van de Koran, hij is een dienaar, maar wel een geëerde dienaar die zich niet verlaagt tot dienaarschap jegens zelfs de machtigste der schepselen. Zelfs de grootste en meest aanzienlijke beloningen, zoals het paradijs, maakt hij niet het doel van zijn dienaarschap.
Bovendien is hij zachtmoedig en vredig. Hij is echter een zachtmoedige die zich nooit zal verlagen tot ondergeschiktheid aan anderen, zonder de toestemming en het bevel van zijn Fātir-i zul-DjelālAllah, Wiens grootsheid en verhevenheid grenzeloos is en Die alles vanuit het niets schept.. Daarnaast is hij behoeftig, maar dankzij de toekomstige beloning die zijn vrijgevige Sultan voor hem heeft, is hij een welbedeelde behoeftige die de deur van niemand anders klopt dan Hem.
Bovendien is hij zwak, maar omdat hij zijn vertrouwen stelt in de oneindige kracht van zijn almachtige Heer, vindt hij kracht in zijn zwakte. De oprechte student van de Koran zou daarnaast nooit deze vergankelijke en voorbijgaande wereld als zijn levensdoel beschouwen. Dankzij de onderwijzing van de Koran beschouwt hij zelfs het eeuwige paradijs niet als zijn uiteindelijke doel.
Inderdaad, zie nu hoe de toewijding en visie van deze twee studenten zich aanzienlijk van elkaar onderscheiden.
Daarenboven kun je ook aan de hand van de volgende vergelijking de eigenschappen met betrekking tot bereidwilligheid en het denken aan anderen evalueren bij zowel een student van de verdwaalde filosofie als een student van de Koran.
De student van de filosofie distantieert zich van zijn broeder en vriend voor zijn eigen bestwil en is zelfs bereid om zich tegen hen te keren. De student van de Koran daarentegen beschouwt alle vrome dienaren zowel in de hemelen als op aarde als zijn broeders en verricht oprechte smeekbeden voor hen. Hij deelt in hun vreugde en voelt een diepe spirituele verbondenheid, wat hem ertoe aanzet om in zijn smeekbeden het volgende te reciteren:
اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِلْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِO Allah, vergeef de gelovige mannen en vrouwen
Bovendien beschouwt hij zelfs de grootste schepselen, zoals de arshEen plaats waar de grootsheid en de verhevenheid van Allah zich in de meest ultieme vorm manifesteren. en de zon, als dienaren, onderworpen aan dezelfde Schepper als hijzelf.