DE EERSTE FLITS

 

 

De smeekbede van Yunus ibn Mettā (mogen vrede en zegeningen neerkomen op onze profeet en op hem), is een krachtige smeekbede en een doeltreffende manier om een antwoord op de smeekbede te verkrijgen. De essentie van het bekende verhaal van Yunus (as) kan als volgt worden samengevat: 

 

Hij werd in de zee geworpen en opgeslokt door een grote vis. De zee was onstuimig, de nacht huiveringwekkend en donker, en de hoop was uitgeput. Juist in zo’n wanhopige situatie deed hij de smeekbede

لاَۤ اِلٰهَ اِلاَّۤ اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنِّى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمِينَ

die als een spoedig reddingsmiddel fungeerde.

 

Het diepgaande geheim achter de kracht van zijn smeekbede is als volgt:

 

In die benarde situatie waren alle gebruikelijke oorzaken buiten werking. Yunus (as) had dringend behoefte aan Iemand Die zowel de vis, de zee, de nacht als het luchtruim onder Zijn gezag heeft. De nacht, de zee en de vis hadden eensgezind een vijandige houding tegenover hem aangenomen. Alleen Iemand Die deze drie tegelijkertijd kan onderwerpen, had de macht om hem veilig naar de kust te leiden. Zelfs als de hele schepping zijn dienaren en helpers was geworden, dan zou dat geen verschil hebben gemaakt. Oorzaken hebben immers geen effect.

 

Omdat Yunus (as) in die toestand het geheim achter ehadiyya heeft ervaren en op het niveau van aynel-yaqīn inzag dat er buiten de Schepper van oorzaken geen toevlucht was, geldt deze smeekbede als een effectieve bemiddelaar waardoor Allah opeens de nacht, de zee en de vis in dienst heeft gesteld van Yunus (as). Hij veranderde de buik van de vis in een onderzeeër en de kolkende zee met haar onstuimige en reusachtige golven tot een vredige vlakte, een aangename plek voor uitstapjes. Bovendien verdreef Hij de hemel van wolken en liet Hij de maan boven het hoofd van Yunus (as) schijnen als een nachtlamp. De schepping die hem van alle kanten onder druk zette en bedreigde, liet hem nu vriendelijkheid zien vanuit elk aspect. Uiteindelijk bereikte hij de veilige kust en aanschouwde hij deze gunst van zijn Heer onder de Yaqtīn-boom.

 

Nu bevinden we ons in een toestand die honderd keer ernstiger is dan de eerste toestand van Yunus (as). Onze nacht is de toekomst. Wanneer we naar onze toekomst kijken, is het honderd keer donkerder en angstaanjagender dan zijn nacht. Onze zee is deze onstuimige wereldbol. Elke golf van deze zee draagt duizenden lijken met zich mee en is dus duizend keer angstaanjagender dan zijn zee. Onze nefs, die laaghartige verlangens achterna zit, is als de vis die ons eeuwige leven bedreigt en streeft naar de ondergang ervan. Deze vis is duizendmaal gevaarlijker dan die van hem. Zijn vis kon immers slechts een levensduur van honderd jaar vernietigen, terwijl die van ons zich inzet voor de vernietiging van een leven dat honderden miljoenen jaren duurt.