DE FLITSEN
Het antwoord: het feit dat Ali (ra) gedurende meer dan twintig jaar herhaaldelijk de drie kaliefen erkende, hun opvolging accepteerde en tijdens hun regering de positie van Sheykhul-IslamDe geleerde van de islam; een autoriteit voor religieuze aangelegenheden binnen een islamitische staat of gemeenschap. bekleedde, weerlegt de bewering van de Sjiieten. Ook de veroveringen van de Islam en het verzet tegen vijanden gedurende het kalifaat van de drie kaliefen, evenals de gebeurtenissen tijdens het kalifaat van Ali (ra), weerleggen de beweringen van de Sjiieten vanuit het oogpunt van het islamitische kalifaat. Dit onderstreept dat het standpunt van soennieten terecht is.
Stelling: de Sjiieten bestaan uit twee groeperingen, namelijk Sjiieten die Ali (ra) als superieur beschouwen aan anderen in termen van welāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt., wat bekend staat als de sjia el-welāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt., en zij die Ali (ra) als superieur beschouwen aan anderen in termen van kalifaat, bekend als de sjia el-kalifaat. Misschien kunnen we zeggen dat de tweede groepering vanwege haar afgunst en betrokkenheid bij politiek ongegrond is. De eerste groepering is echter vrij van afgunst en politiek. Bovendien heeft sjia el-welāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt. zich aangesloten bij sjia el-kalifaat. Dat wil zeggen dat een aantal ewliyāDegene die de tevredenheid van Allah opzoekt en hoge spirituele niveaus bereikt door middel van aanbidding en gehoorzaamheid.’s van de soefi-ordes Ali (ra) als superieur beschouwen en de beweringen van sjia el-kalifaat bevestigen.
Het antwoord: Ali (ra) moet op twee perspectieven worden beschouwd. Enerzijds vanuit het perspectief van zijn persoonlijke volmaaktheden en rang, en anderzijds vanuit het perspectief van zijn vertegenwoordiging van de collectieve persoonlijkheid van de nakomelingen van de Profeet (saw). Wat betreft deze collectieve persoonlijkheid, vertoont het op een bepaalde manier de hoedanigheid van de Eerbiedwaardige Boodschapper (saw).
Dus, vanuit het eerste perspectief geven zowel Ali (ra) zelf als al degenen die op het rechte pad zijn voorkeur aan Abu Bakr en Omar (ra). Ze beschouwen hun rangen als hoger in de dienst van de Islam en de nabijheid tot Allah.
Vanuit het tweede perspectief vertegenwoordigt Ali (ra) echter de collectieve persoonlijkheid van de nakomelingen van de Profeet (saw). Aangezien de collectieve persoonlijkheid van de nakomelingen van de Profeet (saw) een waarheid met betrekking tot Muhammed (saw) vertegenwoordigt, heeft Ali (ra) geen gelijke. Inderdaad, de zeer lovende overleveringen van de Profeet (saw) over Ali (ra) zijn gericht op dit tweede perspectief. Deze waarheid wordt bevestigd namelijk met de volgende overlevering van de Eerbiedwaardige Boodschapper (saw):
“Het nageslacht van elke profeet stamt van hemzelf af. Mijn nageslacht zijn de nakomelingen van Ali (ra).”
De reden waarom de lovende overleveringen van de Profeet (saw) over Ali (ra) meer verspreid zijn dan die van de drie kaliefen is als volgt: