DE FLITSEN

Tijdens het publicatiejaar van deze verhandeling vond in mijn kamer in Isparta de volgende gebeurtenis plaats, die deze waarheid bevestigt:

 

Een van mijn studenten drong erop aan dat ik –in tegenstelling tot mijn levensprincipe– zijn geschenk van ongeveer drie kilo honing zou accepteren. Hoezeer ik mijn principe ook aan hem probeerde uit te leggen, bleef hij aandringen. Met het idee om in de gezegende maanden Shaban en Ramadan drie broeders in mijn bijzijn dertig à veertig dagen lang van die honing te laten genieten, zodat ze niet verstoken zouden blijven van lekkernijen en om de schenker ervan een weldaad te laten verrichten, stemde ik uiteindelijk toe vanwege zijn aanhoudende drang en vroeg ik mijn broeders om de honing aan te nemen. Ik had zelf ook een kilo honing. Ondanks het feit dat deze drie vrienden van mij hun leven met vastberadenheid voortzetten en bezuiniging waardeerden, vergaten ze het idee van bezuiniging vanwege hun nobele neiging om elkaar te plezieren en elkaars genot voorrang te geven door elkaar voortdurend honing aan te bieden. Zo hadden ze die drie kilo honing in drie nachten opgemaakt. Toen zei ik lachend: “Mijn bedoeling was om jullie dertig à veertig dagen van die honing te laten genieten. Jullie hebben die dertig dagen teruggebracht tot drie. Ik hoop dat het jullie heeft gesmaakt.” Ik gebruikte mijn eigen kilo honing zuinig. Gedurende de maanden Shaban en Ramadan heb ik ervan genoten. Bovendien gaf ik bij het verbreken van het vasten elke broeder telkens een ruime theelepel van die honing, wat uiteindelijk leidt tot het verkrijgen van aanzienlijke beloningen in het hiernamaals.

 

Misschien beschouwden sommige mensen mijn houding als gierigheid en de houding van de broeders die drie nachten volhielden als edelmoedigheid. Echter, in werkelijkheid waren we getuige van het feit dat deze ogenschijnlijke gierigheid een diepgaand zelfrespect, grote overvloed en opmerkelijke beloningen ten opzichte van het hiernamaals met zich meebracht. Wat betreft de schijnbare edelmoedigheid en verspilling, als er niet van werd afgezien, zou dit kunnen resulteren in een veel nadeligere situatie dan gierigheid zoals bedelarij, waarbij men hongerig met begerige ogen naar de hand van anderen kijkt.

 

 

Het zesde punt 

 

Er bestaat een aanzienlijk verschil tussen bezuiniging en gierigheid. Neem als voorbeeld bescheidenheid, een bewonderenswaardige eigenschap die oppervlakkig gezien op zelfvernedering lijkt, maar in wezen heel anders is. Of bijvoorbeeld bedaardheid, een bewonderenswaardige eigenschap die oppervlakkig gezien op hoogmoed lijkt, maar wezenlijk verschilt. Op dezelfde manier heeft bezuiniging, die deel uitmaakt van de verheven kwaliteiten van de Profeet en een fundamenteel aspect is van de goddelijke wijsheid die nauwkeurig tot uiting komt in ieder kunstwerk van Allah in het hele universum, geen enkele relatie met gierigheid. Gierigheid is een combinatie van gebrek, schraapzucht, inhaligheid en hebzucht en vertoont slechts oppervlakkige overeenkomsten met bezuiniging.

 

De volgende gebeurtenis bevestigt deze werkelijkheid: