DE FLITSEN

Het tweede opzicht: dit vers van de Koran duidt het volgende aan: hoewel de ashāb vanwege hun zwakte en kleine aantal het verdrag van Hudaybiya hebben geaccepteerd, zullen ze binnen korte tijd zoveel groei, glorie en kracht ondervinden, dat ze dankzij de macht van Allah in de akker van het aardoppervlak op de meest verheven, krachtige, vruchtbare en overvloedige manier zullen vermenigvuldigen, en de machtige staten uit afgunst en jaloezie in woede zullen ontbranden jegens hen. Inderdaad, de toekomst heeft deze tijding van de Koran aangaande de ghayb op een zeer heldere wijze bewezen.

 

Deze aankondiging draagt ook nog een subtiele boodschap met zich mee: hoewel de ashāb geprezen worden om hun uitstekende kwaliteiten en als gevolg ervan beloond zouden moeten worden met de grootste beloningen, wordt het woord

مَغْفِرَةً

gebruikt. Dit wijst erop dat de ashāb in de toekomst ernstige fouten zouden maken als gevolg van conflicten en verwarringen. Vergeving verwijst immers naar het bestaan van fout. Tijdens die verwarringen en conflicten was de allergrootste wens en de allerhoogste gunst die de ashāb wilden ontvangen, vergiffenis. Aldus zou afwezigheid van straf, dankzij vergeving, de hoogste beloning zijn. 

 

Naast deze subtiele boodschap, heeft het woord

مَغْفِرَةً

ook betrekking op de zin

لِيَغْفِرَ لَكَ اللّٰهُ مَا تَقَدَّمَ مِنْ ذَنْبِكَ وَمَا تَاَخَّرَ

die aan het begin van de soera is vermeld:

 

Zoals soera el-Feth met het vers begint waarin goed nieuws aan de Profeet (saw) over zijn vergeving wordt gegeven (omdat de profeten vrij van zonden zijn, is deze vergeving niet bedoeld voor werkelijke zonden maar voor iets die bij profeetschap past). Evenzo eindigt de soera met een vers waarin goed nieuws wordt verkondigd aan de ashāb over hun vergeving. Dit voegt nog een extra subtiliteit toe aan de boodschap van de soera.

 

Wij hebben hier van de tien wonderbaarlijke aspecten alleen het aspect aangaande de ghayb van de laatste drie verzen van soera el-Feth in zeven dimensies uiteengezet. Aan het einde van Het Zesentwintigste Woord, een verhandeling over de wilskracht van de mens en de lotsbeschikking, wordt een belangrijk wonderbaarlijke flits in de plaatsing van letters van dit laatste vers behandeld. Dit laatste vers verwijst niet alleen naar de ashāb met zijn zinnen, maar ook naar hun kenmerken met zijn specificaties. De woorden in dit vers verwijzen naar de eigenschappen van de ashāb, terwijl de herhaling van het aantal letters verwijst naar de beroemde metgezellen zoals die van Badr, Uhud, Hunayn, Suffa en Ridwān. Bovendien onthult het vers vele andere geheimen door middel van tewāfuq en abdjad-berekening, die als sleutels dienen voor de wetenschap van djifr.

 

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ