DE FLITSEN

Kortom, verspilling leidt tot ontevredenheid, wat op zijn beurt de motivatie om te werken ondermijnt, luiheid aanwakkert, de deur opent voor klachten over het leven en resulteert in voortdurende beklag. Bovendien ondermijnt het ikhlās en opent het de deur naar riya. Het schaadt ook het gevoel van eigenwaarde en stuurt mensen op het pad van afhankelijkheid. Bezuiniging daarentegen leidt tot tevredenheid. En volgens het geheim achter de hadith

عَزَّ مَنْ قَنَعَ ذَلَّ مَنْ طَمَعَ

bevordert tevredenheid zelfrespect.

 

Bovendien moedigt bezuiniging de mensen aan om te werken en wekt hun motivatie op. Bijvoorbeeld, als iemand na een dag werken tevreden is met het loon dat hij 's avonds ontvangt, zal hij volgens het geheim achter tevredenheid de volgende dag weer gemotiveerd en bereid zijn om te werken. In het geval van een verkwister zal hij de volgende dag niet komen werken vanwege zijn ontevredenheid. Zelfs als hij wel aanwezig is, zal hij zijn werk zonder enthousiasme uitvoeren.

 

Bovendien zal tevredenheid die voortkomt uit bezuiniging de poort naar dankbaarheid openen en de deur naar klagen sluiten. Iemand die bezuiniging als zijn levensprincipe aanneemt, zal gedurende zijn hele leven zijn dankbaarheid aan Allah uiten. Tevens zal hij dankzij zijn tevredenheid zich niet verplicht voelen om anderen achterna te lopen en zal hij geen behoefte hebben aan hun aandacht. Hierdoor zal de poort naar ikhlās zich openen en zal de deur naar riya gesloten blijven.

 

Eens had ik op grote schaal de ernstige gevolgen en nadelen van verspilling waargenomen, zoals hieronder beschreven:

 

Negen jaar geleden bezocht ik een gezegende stad. Het was winter, waardoor ik niet kon getuigen van de welvaartsbronnen van die stad. De moefti van die plaats, moge Allah hem genadig zijn, herhaalde een paar keer tegen mij: “Ons volk is arm.” Deze uitspraak wekte medelijden bij mij op, en gedurende vijf à zes jaar bleef ik dat stadsvolk diep medelijden tonen.

 

Acht jaar later bezocht ik opnieuw die stad. Daar aanschouwde ik de tuinen en herinnerde ik me de uitspraak van de inmiddels overleden moefti. Ik was versteld en zei tegen mezelf: “FasubhānAllāh, de oogst van deze tuinen zou gemakkelijk in de behoeften van de stad moeten kunnen voorzien. De bewoners van deze stad zouden bijzonder welvarend moeten zijn.”

 

Uit deze gebeurtenis, die mij tot de waarheid leidt, begreep ik dat de overvloed in dat dorp opgeheven was vanwege verspilling. Dit verklaarde waarom de moefti zei dat hun volk arm was, ondanks de aanwezigheid van zulke grote welvaartsbronnen.