De Brieven

 

Het vierde leefdomein: dit is het leefdomein van de shuhedā. Dit betreft een leefdomein dat volgens de Koran een niveau hoger ligt dan het leefdomein van de normaal overledenen. Inderdaad, aangezien de shuhedā hun wereldse leven voor Allah hebben opgeofferd, begunstigt Hij hen uit Zijn volmaakte vrijgevigheid in ālem-i berzakh daadwerkelijk een leven dat op het wereldse leven lijkt, maar vrij is van ellende en zorg. Zij zijn zich er niet van bewust dat zij overleden zijn. Zij weten alleen dat zij naar een betere wereld zijn overgegaan. Zij genieten in volle gelukzaligheid en ervaren geen pijn van de scheiding die voortkomt uit de dood. De zielen van de overledenen zijn weliswaar eeuwig, maar in tegenstelling tot de shuhedā zijn zij zich ervan bewust dat zij overleden zijn. Zij proeven niet de vreugde en gelukzaligheid die de shuhedā ten dele vallen.

 

Bijvoorbeeld, twee mensen treden in een droom een paleis binnen dat op het paradijs lijkt. Eén van hen weet dat hij droomt en is zich ervan bewust dat de vreugde en het plezier die hij ervaart onvolmaakt zijn. Hij denkt: “Zodra ik ontwaak, is al het plezier voorbij.” De ander weet niet dat hij droomt en op deze wijze beleeft hij ware vreugde en gelukzaligheid.

 

Op soortgelijke wijze verschilt het leven van de overledenen in ālem-i berzakh van dat van de shuhedā. Op basis van talloze gebeurtenissen en overleveringen staat met zekerheid vast dat de shuhedā op deze wijze leven en dat zij zichzelf levend ervaren. Dit leefdomein wordt door vele gebeurtenissen verlicht en herhaaldelijk bevestigd. Bijvoorbeeld, Hamza (ra) – de heer van de shuhedā – mensen heeft beschermd die hun toevlucht tot hem zochten, en zelfs wereldse zaken voor hen heeft geregeld of anderen daartoe de opdracht gaf.

 

Inderdaad, ik heb een neef met de naam Ubeyd als student gehad. Hij was aan mijn zijde gevallen en in mijn plaats shehīd geworden. Drie maanden later, terwijl ik als krijgsgevangene ver weg was en niet wist waar hij begraven lag, trad ik in een waarachtige droom zijn graf binnen. Ik trad binnen in zijn onderaardse verblijfplaats en aanschouwde hem in het leefdomein van de shuhedā. Hij dacht dat ik overleden was en zei dat hij veel om mij had gehuild. Zelf geloofde hij dat hij nog in leven was en dat hij voor zichzelf ondergronds een veilige schuilplaats had gemaakt om zich te verbergen voor de Russische invasie. Deze kleine droom, versterkt door duidelijke tekenen en omstandigheden, schonk mij een overtuiging die gelijkstond aan het met eigen ogen aanschouwen van de hierboven beschreven werkelijkheid.

 

Het vijfde leefdomein: dit leefdomein is het geestelijke leven van de mensen die overleden zijn. Waarlijk, de dood is een verandering van verblijfplaats, een bevrijding van de ziel en een ontslag uit de wereldse dienst. Het is géén einde, géén absolute verdwijning en géén vernietiging van het bestaan. Talloze gebeurtenissen zoals de verschijning van de zielen van ewliyā’s, die zich aan ehl-i kashf hebben getoond, en zoals die van andere overleden mensen die in waaktoestand of in droomtoestand contact met ons hebben opgenomen en ware berichten hebben overgebracht, bevestigen en verlichten voor ons dit leefdomein. Bovendien heeft Het Negenentwintigste Woord, over de eeuwigheid van de ziel, met onweerlegbare bewijzen het bestaan van dit leefdomein aangetoond.