De Brieven
Het rijk van de Almachtige strekt zich buitengewoon ver uit. Waar de goddelijke wijsheid dat noodzakelijk acht, daar zal de grote hel zich uitstrekken. Bovendien is Hij Qadīr-i zul-DjelālAllah, Die over alles de macht heeft en Wiens grootsheid en verhevenheid grenzeloos is., Hakim-i zul-KemālAllah, Wiens wijsheid oneindig en Wiens volmaaktheid grenzeloos is., Die over het bevel
كُنْ فَيَكُون“Wees!” en het is. – De Koran 2:117ُ
beschikt; Die in volmaakte wijsheid en orde de maan met de aarde heeft verbonden; Die met grootse macht en orde de aarde met de zon heeft verbonden; Die met de glorie van Zijn heerschappij de zon samen met al haar planeten, mogelijk richting de zon der zonnen, in beweging heeft gebracht met een snelheid die bijna gelijk is aan de snelheid van de aarde in haar jaarlijkse baan; en Die de sterren als elektrische lampen tot een vloot van lichtgevende getuigen van Zijn heerschappij heeft gemaakt, en daarmee Zijn heerschappij en de grootte van Zijn macht presenteert. Het ligt dus niet buiten Zijn volmaakte wijsheid, Zijn verheven macht en Zijn majestueuze heerschappij dat Hij de grote hel tot een ‘boiler’ van een elektriciteitscentrale heeft gemaakt waarmee Hij de sterren in de hemel, die op het hiernamaals zijn gericht, aansteekt en hen hitte en kracht verleent. Dit betekent dat Hij vanuit het paradijs de sterren licht geeft en vanuit de hel vuur en hitte zendt. Tegelijkertijd maakt Hij een gedeelte van deze hel tot verblijfplaats en gevangenis voor de kwaadzuchtige mensen, de mensen die worden bestraft.
Bovendien is Hij Fātir-i HakīmAllah, Wiens wijsheid oneindig is; de Alwijze.Allah, Die alles met wijsheid en vanuit het niets schept. Die in een zaadje, zo klein als een vingernagel, een boom kan verbergen zo groot als een berg. Het ligt dus niet buiten de macht en wijsheid van Zāt-i zul-DjelālAllah, de Majesteitelijke Heer Wiens grootheid en verhevenheid grenzeloos is. dat Hij in de kern van de kleine hel, die zich in het hart van de aardbol bevindt, de grote hel verbergt.
Ten slotte: het paradijs en de hel zijn als twee vruchten aan de tak van de boom der schepping die zich tot ver in de eeuwigheid uitstrekt. Wat betreft de plaats waar een vrucht ontstaat, deze bevindt zich aan het uiteinde van een tak.
Bovendien zijn beide vruchten de twee resultaten van de levensketen van het universum. De plaatsen voor beide resultaten bevinden zich aan beide einden van deze keten. De nederige, de zware bevindt zich aan de onderkant en de lichtgevende, de verhevene bevindt zich daarentegen aan de bovenkant.
Bovendien vormen zij twee opslagplaatsen waar de stroom van gebeurtenissen en de immateriële voortbrengselen van deze wereld in uitmonden. Van deze twee opslagplaatsen ligt die van het slechte aan de onderzijde, en die van het goede aan de bovenzijde van de keten.