De Brieven

De hel kent twee vormen. De ene is de kleine, de andere is de grote. De kleine dient nu als een soort kiem voor de grote. Zij zal in de toekomst overgaan in de grote hel en een deel daarvan vormen. De kleine hel bevindt zich onder het aardoppervlak, in de kern van de aarde zelf. Met ‘onder de aarde’ wordt dus de vurige kern van de aardbol bedoelt. Het is nu vanuit geologie bekend dat de temperatuur op de meeste plaatsen van onze aarde iedere drieëndertig meter de diepte in ongeveer één graad toeneemt. Dus bij een halve diameter van zesduizend kilometer bereikt het vuur in de kern van de aarde een temperatuur van ongeveer tweehonderdduizend graden, wat tweehonderdmaal heter is dan de hitte aan het oppervlak; hetgeen overeenkomt met wat wordt vermeld in ehadith. Deze kleine hel vervult in deze wereld en in ālem-i berzakh vele taken van de grote hel, waarop ook in verschillende ehadith wordt gewezen. En zoals de aarde haar bewoners in het hiernamaals zal uitstorten in het terrein van de wederopstanding, zo zal zij ook – op bevel van Allah – de kleine hel die in haar schuilt overdragen aan de grote hel.

 

De bewering van sommige imams onder de Mutazilieten dat de hel later geschapen zal worden, omdat zij op dit ogenblik nog niet in haar volle omvang bestaat en nog niet de situatie heeft bereikt die overeenkomstig is met haar toekomstige bewoners, is fout; zij hebben zich vergist. Als wij met onze aardse ogen de verblijfplaatsen van het hiernamaals achter de sluier van ghayb willen zien en het bestaan ervan willen aantonen en vaststellen, dan zouden wij of het universum moeten verkleinen tot de omvang van twee provincies, of onze ogen moeten laten uitgroeien tot de grootte van sterren.

وَالْعِلْمُ عِنْدَ اللّٰهِ

Wij kunnen de verblijfplaatsen van het hiernamaals niet met onze aardse ogen waarnemen. Toch weten wij uit verwijzingen van enkele overleveringen dat de hel in verband staat met onze wereld. Zo wordt in een hadith over de gloeiendhete zomerdag gezegd:

مِنْ فَيْحِ جَهَنَّمَ.

 

Dat wil zeggen dat wij deze enorme hel met ons aardse, kleine en gebrekkige verstand niet kunnen waarnemen. Wel kunnen we haar onder het licht van de naam ‘el-Hakīm’ [de Alwijze] als volgt bekijken:

 

De grote hel, die zich onder de jaarlijkse loopbaan van de aarde bevindt, heeft aan de kleine hel, die zich in de kern van de aarde bevindt, bij wijze van spreken bepaalde bevoegdheden gedelegeerd, zodat deze enkele van haar taken kan vervullen.