De Brieven
Bovendien vormen zij twee bassins van eeuwigheid waarin de golvende stroom van schepselen uitmonden. Deze bassins bevinden zich daar waar de stroming ophoudt en het stromende zich verzamelt. Dus het onreine en vuile bevindt zich onderin, en het goede en zuivere bovenin.
Bovendien vormen zij twee plaatsen waarbij op de ene de goedheid en barmhartigheid manifesteert, en op de andere de toorn en ontzag. En de plaats van deze manifestaties kan overal zijn. Want RahmānDe Barmhartige-i zul-DjemālAllah, Wiens barmhartigheid alles omvat en Wiens pracht oneindig is., Qahhār-i zul-DjelālAllah, Wiens majesteit en verhevenheid groot zijn, en Die de tirannen en slechten kan verpletteren. kan deze plaatsen vestigen waar Hij wil.
Wat nu het bestaan van het paradijs en de hel betreft, dit is in het Tiende, Achtentwintigste en Negenentwintigste Woord met onweerlegbare bewijzen aangetoond. Hier willen wij slechts het volgende zeggen:
Het bestaan van een vrucht is even zeker als dat van de tak, het bestaan van de resultaten even zeker als dat van de keten, het bestaan van de opslagplaatsen even zeker als dat van de producten, het bestaan van de bassins even zeker als dat van de stroom, en het bestaan van de plaatsen van manifestatie even zeker als dat van barmhartigheid en toorn.
De vierde vraag
Aangezien de metaforische liefde voor geliefden kan overgaan in ware liefde, kan dan de metaforische liefde die de meeste mensen voelen voor deze wereld ook veranderen in een ware liefde?
Het antwoord: wanneer degene die met een metaforische liefde zijn hart heeft gericht op het vergankelijke aspect van deze wereld daarin de lelijkheid van verval en vergankelijkheid inziet, zich daarvan afwendt en zo een eeuwige geliefde opzoekt, en vervolgens hij erin slaagt om naar de twee andere aspecten van deze wereld te kijken, namelijk dat deze wereld als een spiegel dient waarin de namen van Allah manifesteren, en dat het als een akker dient voor het hiernamaals, dan zal zijn ongeoorloofde metaforische liefde veranderen in een ware liefde. Echter, wel onder de voorwaarde dat hij zijn eigen vergankelijke en onbestendige wereld, die verbonden is met zijn leven, niet met de buitenwereld verwart.
Indien hij –zoals de afgedwaalde en onachtzame mensen– zichzelf vergeet en zich in de buitenwereld verliest, en als hij denkt dat de algemene wereld rondom hem zijn persoonlijke wereld is en daar vervolgens verliefd op raakt, dan zal hij in het moeras van materialisme wegzinken en daarin verdrinken, tenzij de hand van genade hem boven het hoofd wordt gehouden en hem op wonderbaarlijke wijze red. Om deze waarheid nader te belichten, kijken we naar de volgende gelijkenis: