DE FLITSEN
Het Tweede Punt van het Derde Hoofdstuk
Het bestaat uit twee kwesties.
De Eerste Kwestie
Zoals in het Tiende Woord is uiteengezet, is het een fundamenteel en algemeen beginsel dat uiterste volmaaktheid, die met uiterste schoonheid gepaard gaat, en uiterste schoonheid, die met uiterste volmaaktheid gepaard gaat, noodzakelijkerwijs verlangen zichzelf te zien en te tonen, zich te openbaren en tentoon te stellen.
Op grond van dit wezenlijke en algemene beginsel laat de Eeuwige Ontwerper van dit grote boek van het universum Zichzelf kennen door middel van dit universum. Door elke bladzijde en elke regel, zelfs door zijn letters en punten, toont Hij Zijn volmaaktheid, openbaart Hij Zijn schoonheid en wil Hij Zichzelf doen beminnen; en van het meest particuliere tot het meest alomvattende schepsel maakt Hij, door de vele talen van elk afzonderlijk schepsel, de schoonheid van Zijn volmaaktheid en de volmaaktheid van Zijn schoonheid bekend en bemind.
O jij achteloze mens! Deze Hākim-i Hakem-i Hakim-i zul-Djelāli wel-DjemālAllah; de Heerser, de Opperrechter en de Alwijze, Wiens majesteit en schoonheid grenzeloos zijn. wil Zich tegenover jou op zulke ontelbare en stralende wijzen met elk van Zijn schepselen bekendmaken en bemind doen worden. Weet dan hoe oneindig vermenigvuldigd jouw onwetendheid en jouw verlies zijn, indien jij Hem niet met geloof erkent tegenover Zijn bekendmaking, en indien jij jezelf niet door jouw aanbidding aan Hem bemind maakt als antwoord op Zijn beminnelijk maken.
De Tweede Kwestie van het Tweede Punt
Er is geen plaats voor deelgenootschap in de heerschappij van de Almachtige en Alwijze Schepper van dit universum. Een uiterste mate van orde in alles verdraagt namelijk geen deelgenootschap. Wanneer meerdere handen zich immers met één werk bemoeien, raakt dat werk in wanorde.
Indien er in een land twee sultans, in een stad twee gouverneurs of in een dorp twee dorpshoofden zouden zijn, zou onvermijdelijk wanorde ontstaan; en zelfs het feit dat de geringste functionaris geen inmenging van een ander in zijn taak duldt, toont aan dat de meest fundamentele eigenschap van heerschappij onafhankelijkheid en exclusiviteit is. Dat betekent dat orde eenheid vereist en heerschappij eenheid van bestuur vergt.