DE FLITSEN

 

 

DERDE SUBTILITEIT

Over een subtiliteit van de Naam AL-HAKEM

 

Een subtiliteit van het vers

 

اُدْعُ اِلٰى سَبِيلِ رَبِّكَ بِالْحِكْمَةِ

 

en een manifestatie van de Naam al-Hakem — Die óf de Ism-i azam is, óf een van de zes lichten van de Ism-i azam — werd mij tijdens de gezegende maand Ramadan, in de gevangenis van Eskişehir, duidelijk.

 

Als slechts een aanduiding daarvan werd dit Derde Hoofdstuk, bestaande uit vijf punten, haastig opgeschreven en bleef het in kladvorm.

 

 

Het Eerste Punt van het Derde Hoofdstuk

 

Zoals in het Tiende Woord is aangeduid, heeft de hoogste manifestatie van de Naam al-Hakem dit universum tot een boek gemaakt, waarvan op elke bladzijde honderden boeken zijn geschreven; en in elke regel honderden bladzijden zijn samengevat; en in elk woord honderden regels aanwezig zijn; en in elke letter honderden woorden besloten liggen; en in elk punt een beknopte inhoudsopgave van het gehele boek te vinden is.

 

De bladzijden, de regels, tot zelfs de punten van dat boek tonen, vanuit honderden gezichtspunten, hun Ontwerper en Schrijver met zó’n helderheid, dat het aanschouwen van dit boek van het universum het bestaan en de eenheid van zijn Schrijver honderdmaal duidelijker bewijst dan zijn eigen bestaan. Immers, terwijl één letter haar eigen bestaan slechts ter grootte van een letter aanduidt, wijst zij op haar schrijver ter grootte van een regel.

 

Inderdaad, één bladzijde van dit grote boek is het aardoppervlak. Op die bladzijde ziet men met eigen ogen hoe, in het lenteseizoen, evenzovele boeken als er soorten planten en dieren zijn, tegelijk, door elkaar heen, zonder vergissing en in volmaakte vorm worden geschreven.

 

Een regel van deze bladzijde is een tuin. In die tuin zien wij met onze ogen dat talloze bloemen, bomen en planten, als berijmde oden, samen, door elkaar heen en zonder fout worden geschreven.

 

Een woord van die regel is een boom die zijn bloesems en bladeren heeft ontvouwd en op het punt staat vrucht te dragen. Dat ene woord bestaat, naar het aantal van zijn ordelijke, evenwichtige en sierlijke bladeren, bloemen en vruchten, uit betekenisvolle uitingen die de lof en eer van Hakem-i zul-Djelāl tot uitdrukking brengen. Het is alsof die boom, zoals iedere bloeiende boom, een berijmde lofzang vormt die de glorie van zijn Ontwerper bezingt.

 

Het is ook alsof Hakem-i zul-Djelāl met duizenden ogen wil kijken naar Zijn zeldzame en wonderlijke kunstwerken die Hij tentoonstelt op de beurs van de aarde.