DE FLITSEN

 

 

TWEEDE SUBTILITEIT

Over een subtiliteit van de Naam AL-ADL

 

 

Een subtiliteit van het vers

 

وَاِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلاَّ عِنْدَنَا خَزَاۤئِنُهُ وَمَا نُنَزِّلُهُ اِلاَّ بِقَدَرٍ مَعْلُومٍ

 

en een manifestatie van de Naam al-Adl, Die óf de Ism-i azam is, óf een van de zes lichten van de Ism-i azam, werd — evenals de waarheden van het Eerste Hoofdstuk — mij in de gevangenis van Eskişehir van verre zichtbaar. Om haar naderbij te brengen, drukken wij haar opnieuw uit bij wijze van een vergelijking:

 

Dit universum is als een paleis waarin zich een stad bevindt die voortdurend in afbraak en opbouw verkeert; en in die stad is er een land dat onophoudelijk door strijd en migratie in beroering wordt gebracht; en in dat land is er een wereld die onafgebroken tussen leven en dood heen en weer wordt geslingerd.

 

Niettemin heerst in dat paleis, in die stad, in dat land en in die wereld een zó verbazingwekkend evenwicht en een zó nauwkeurige maat en afweging, dat dit vanzelfsprekend bewijst dat de ontelbare veranderingen, inkomsten en uitgaven die zich in deze ontelbare wezens voordoen, worden gemeten en gewogen door de maat van één Enig Wezen, Dat op elk moment het gehele universum overziet en onder Zijn gezag bestuurt.

 

Indien namelijk de oorzaken — zoals een vis met duizend eitjes, een plant als de papaver met twintigduizend zaden, en de elementen en veranderingen die als een vloedgolf voortstromen — vrij en ongebonden zouden zijn, of werden overgelaten aan doelloos toeval, blinde kracht en een bewusteloze, duistere natuur, dan zou dit evenwicht van de schepselen en van het universum zó worden verstoord dat niet binnen één jaar, maar zelfs binnen één dag, alles in chaos zou verzinken.

 

Dat wil zeggen dat de zeeën zich zouden vullen met wrakstukken en afval en zouden gaan rotten; de lucht zou door schadelijke gassen worden vergiftigd; en de aarde zou veranderen in een vuilnisbelt, een slachthuis waarin overal lijken zijn en een moeras. De wereld zou verstikken.

 

Toch blijkt het tegendeel. Van de cellen van levende wezens en de rode en witte bloedcellen in het bloed, van de veranderingen van de kleinste deeltjes en de onderlinge verhoudingen van de lichaamsorganen, tot de inkomsten en uitgaven van de zeeën, tot de toevoer en afvoer van onderaardse bronnen, tot de geboorten en het sterven van dieren en planten, tot de afbraak en opbouw van herfst en lente, tot de diensten en bewegingen van de elementen en de sterren, en tot de wisselingen en botsingen van leven en dood, licht en duisternis, warmte en kou — alles wordt met zo’n gevoelige maat en zo’n fijne afweging geregeld en gewogen, dat het menselijk verstand nergens werkelijke verspilling of zinloosheid aantreft. Integendeel, de menselijke wijsheid en wetenschap ziet overal de meest volmaakte orde en de mooiste harmonie en wijst daarop. Zij is zelf slechts een weerspiegeling en vertolking van die orde en harmonie.