DE FLITSEN

 

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

 

Dit deel behandelt een subtiliteit van het vers

 اِنَّ النَّفْسَ َلاَمَّارَةٌ بِالسُّوۤءِ

met de betekenis “Voorwaar, de nafs zet voortdurend aan tot het kwade.” en van de hadith

اَعْدٰى عَدُوِّكَ نَفْسُكَ الَّتِى بَيْنَ جَنْبَيْكَ

met de betekenis “Jouw meest schadelijke vijand is jouw nafs.”

 

Wie zijn eigen nafs goedvindt en liefheeft zonder zijn nafs al-ammāra te hebben gezuiverd, kan een ander niet werkelijk liefhebben. Zelfs als hij uiterlijk liefde toont, is die niet oprecht; in werkelijkheid houdt hij slechts van het eigen voordeel en genot dat hij bij de ander vindt. Zo iemand probeert zichzelf voortdurend bemind en geliefd te maken. Zijn eigen fouten schrijft hij niet aan zichzelf toe; integendeel, hij verdedigt zichzelf als een advocaat en pleit zichzelf vrij. Met overdrijvingen — en soms zelfs met leugens — prijst en zuivert hij zichzelf, verheerlijkt hij zich bijna en verheft hij zichzelf, alsof hij zichzelf heiligt. Naar de mate waarin hij dat doet, krijgt hij een klap van het vers:

 

مَنِ اتَّخَذَ اِلٰـهَهُ هَوٰيهُ

 

Zijn zelfverheerlijking en drang om geliefd te worden roepen juist een tegenovergestelde reactie op; zij maken hem onaangenaam en stoten mensen van hem af. Bovendien verliest hij in zijn werken voor het hiernamaals ikhlās en vermengt hij die met riyā.

 

Omdat gevoel en begeerte de afloop niet zien, de gevolgen niet overdenken en verslaafd zijn aan onmiddellijke genoegens, wordt hij door hen overwonnen. Met het misleidende oordeel van een verdwaald gevoel offert hij voor één uur genot een jaar vrijheid op en belandt hij in de gevangenis. Voor één minuut trots of wraak verdraagt hij tien jaar gevangenisstraf.

 

Net als een lichtzinnig kind dat het amme-djoez — dat het heeft geleerd — verkoopt voor één enkel snoepje, offert hij zijn goede daden, die de waarde van diamanten hebben, op om zijn gevoel te strelen, zijn begeerte te bevredigen en zijn verlangen tevreden te stellen. Zo verandert hij winstgevende handelingen in verlies, doordat hij ze inruilt voor waardeloze, glasachtige genietingen en egoïsme.

 

 

اَللّٰهُمَّ احْفَظْنَا مِنْ شَرِّ النَّفْسِ وَالشَّيْطَانِ وَمِنْ شَرِّ الْجِنِّ وَاْلاِنْسَانِ